Natuur als bondgenoot bij zorgverbreding
Kees Both
Natuur helpt om mentaal uit te rusten. Deze uitspraak lijkt een open deur, maar de laatste vijftien jaar is het door onderzoek bevestigd. Kinderen met aandachtsproblemen hebben baat bij een groene omgeving in en vooral ook rond de school. Binnen het zorgbeleid van scholen is dit een specifiek aandachtspunt.
Peter
Bij een kindbespreking binnen een nascholingscursus vertelt Ilse over Peter, een 'probleemkind' in haar groep. Het is zo'n kind dat zo veel aandacht van je vraagt dat andere kinderen erbij dreigen in te schieten. Hij heeft grote concentratieproblemen en is extreem beweeglijk. Door dat alles heeft Peter grote leerproblemen en een moeilijke relatie met andere kinderen. De diagnose 'ADHD' ligt voor de hand, er wordt in elk geval serieus naar gekeken. Ilse zoekt, met hulp van een externe begeleider, naar een goede plek voor dit kind in het lokaal en naar mogelijkheden om hem te helpen goed met zijn gedrag om te gaan en zijn mogelijkheden tot leren te verruimen. 'Ik wil zeker zoeken naar de sterke punten van dit kind, maar het valt niet mee.' Iemand vraagt haar of er situaties zijn waarin het kind zich minder hectisch gedraagt. Na even nadenken zegt zij: 'We gaan nog wel eens naar een graslandje in de buurt, met veel bloemen. Daar spelen de kinderen; ze verstoppen zich graag in het hoge gras, plukken bloemen en maken er mooie dingen van, enzovoort. Ik geef ze ook opdrachten om dingen te zoeken en te observeren. Als we in het groen zijn is Peter veel rustiger en kan hij ook gericht met dingen bezig zijn, ook en zelfs met observeren van kleine beestjes.' Het is voor haar een ontdekking en er wordt verder gesproken over de mogelijkheden die natuurbeleving kan bieden voor de ontwikkeling van dit kind. Het zal ook een onderdeel worden van haar eindwerkstuk voor de cursus.
Remi
Een verhaal als hiervoor staat niet op zichzelf. Oplettende onderwijsmensen vertellen hier vaker over. Ze weten bijvoorbeeld dat, wanneer je situaties voor kinderen creëert die voor hen niet alledaags zijn, 'probleemkinderen' dikwijls een opvallende gedragsverandering laten zien, gekenmerkt door betrokkenheid. Denk maar aan een schoolkamp, bij ontwerpen maken bij techniek, bij muziek of bij dans en beweging, bij sport. Dat betekent dus een veelvormig aanbod aan situaties, bekijken hoe kinderen daarop reageren (diagnose) en voorts op die reacties proberen voort te bouwen. Dit alles als onderdeel van zorgverbreding. Een schoolleider vertelde bijvoorbeeld over Remi, een jongetje dat in de klas nog geen drie minuten met iets bezig kon zijn en zijn juf tot wanhoop dreef. Bij het werk in de plantenkas die bij de school hoorde, kon hij twee uur geconcentreerd bezig zijn met planten op richels zetten. Hij kon zich dus wel concentreren en dat was een uitgangspunt om mee aan de slag te gaan. Het is niet toevallig dat ook hierbij weer planten in het spel zijn. Een zorgende omgang met planten en dieren en het zijn in groene omgevingen hebben een 'helende' uitwerking op kinderen met concentratieproblemen. Ervaringen van praktijkmensen worden hier in toenemende mate ondersteund door onderzoek.
Aandachtsherstel
Een sleutelbegrip is daarbij 'aandachtsherstel' van het echtpaar Kaplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten aandacht:
- Aandacht die moeite kost om lange tijd achtereen vast te houden, verhoudingsgewijs veel inspanning kost, tot mentale vermoeidheid leidt: 'aandachtsvermoeidheid' die kan leiden tot stress. De 'mentale spieren' worden moe en soms overspannen. Je moet het doel in het oog houden en je niet laten afleiden (met andere woorden: onnodige prikkels weghouden) en jezelf onder controle houden. Dit geldt, zij het wat minder, ook voor taken die een hoge mate van intrinsieke motivatie kennen.
- Onwillekeurige aandacht, waarvoor je geen moeite hoeft te doen, dingen die 'vanzelf' de aandacht trekken, zoals wilde dieren (die er 'gewoon' en 'opeens' zijn), water, bloemen, bewegende dingen, film. De Kaplans en anderen hebben aangetoond dat natuur hierbij een dominante plaats inneemt: de aanwezgheid in een natuurlijke omgeving en zelfs al het kijken ernaar vanuit gebouwen en - nog sterker - naar afbeeldingen van natuur, leidt tot aandachtsherstel en verbetert de stemming al. Laat staan het wandelen, spelen en werken in het groen. Met name bomen en struiken, bloemen en de aanwezigheid van water zijn belangrijke factoren. Enkele voorbeelden bij volwassenen:
- Patiënten die geopereerd zijn en die uitkijken op groen hebben minder pijnstillers nodig en kunnen eerder naar huis dan zij die tegen muren aankijken.
- Wandelen in parken en natuurgebieden draagt aantoonbaar bij aan genezing van sterke stress.
- Tuinieren helpt mensen te genezen van burnout.
- Planten in kantoorruimten dragen bij aan welbevinden en arbeidsproductiviteit.
- Mentale vermoeidheid kan leiden tot een sterkere neiging tot boosheid en zelfs geweld. In binnensteden waarin groen aanwezig is, ook al is het maar weinig, is echter minder sprake van agressie en geweld dan in 'steenwoestijnen'.
Deze benadering van stress gaat ervan uit dat natuurlijke omgevingen herstel van elke vorm van stress bevorderen, ook van kortdurende, milde stress. Op grond van de evolutie van de mens zijn er nog steeds aangeboren voorkeuren voor omgevingen, die te maken hebben met veiligheid en overleven. Daartoe behoren bijvoorbeeld de voorkeur voor savanneachtige landschappen, de aanwezigheid van een herkenbaar patroon en de aanwezigheid van water. Daarom worden we aangetrokken door natuurlijke omgevingen en werken deze ontspannend: een betere stemming en openheid (beide veroorzaakt door hormonale veranderingen), de polsslag en bloeddruk worden minder, onder invloed van bepaalde hersengolven worden we rustiger.
Hierbij moet wel aangetekend worden dat het hierbij in de eerste plaats om 'zachte' natuur gaat. De elementen kunnen ook 'woeden', natuur kan ook bedreigend zijn.
Een helende omgeving
De laatste tien jaar is er ook onderzoek gedaan naar de positieve effecten van natuur op de ontwikkeling van kinderen, inclusief de 'helende' effecten. We geven daaruit enkele voorbeelden.
Natuur als buffer tegen stress die samenhangt met problematische gebeurtenissen in het leven
Dit onderzoek heeft betrekking op plattelandskinderen van 3-5 jaar die veel natuur in hun directe leefomgeving hadden en daar speelden. Bij hen werd minder stress - als gevolg van moeilijke levensomstandigheden - geconstateerd dan bij kinderen waarvan de omgeving veel van een 'steenwoestijn' heeft. Natuur heeft een matigende uitwerking op stress en de gevolgen daarvan. Bovendien zijn er positieve effecten op het versterken van de sociale relaties. Vertrouwde plekken in de omgeving, waar je je alleen of met vrienden kunt terugtrekken (een 'refugium') spelen daarbij ook een belangrijke rol.
Cognitief functioneren, aandacht en zelfdiscipline
Kinderen van 7-12 jaar die verhuisden van een 'kale' naar een groenere omgeving werden gedurende langere tijd gevolgd. Bij hen werd vastgesteld dat de natuurlijke elementen in hun directe nieuwe woonomgeving - met name bomen - leidden tot een betere concentratie, met positieve gevolgen daarvan voor hun algemene cognitieve functioneren. Door anderen werd voor een omgeving waarin groen vrijwel afwezig is en een groene omgeving bij kinderen onderzoek gedaan naar hun concentratievermogen, het beheersen van impulsen en het kunnen uitstellen van behoeftebevrediging. Kinderen in groene omgevingen scoorden daarbij veel beter. Dat gold zelfs al wanneer kinderen vanuit hun huis een goed uitzicht hadden op groen.
ADHD en groen
In het verlengde van het voorgaande is ook onderzocht of kinderen met de diagnose ADHD baat kunnen hebben bij natuur in hun leefomgeving. Het ontstaan van ADHD is een uiterst complexe zaak. ADHD heeft zoals we weten grote negatieve gevolgen voor het zelfbeeld, schoolprestaties en sociale relaties. De effecten van de gangbare symptoombehandelingen - medicijnen (bijvoorbeeld Ritalin) en gedragstherapie - zijn niet groot en de medicijnen hebben bovendien ongewenste neveneffecten.
Vanuit het perspectief van aandachtsvermoeidheid en het herstel daarvan werden verschillende onderzoeken gedaan, die het vermoeden dat het spelen in de natuur heilzaam zijn kunnen zijn voor deze kinderen bevestigden.
Een van de voorzichtige conclusies uit dit 'harde' onderzoek is dat een dagelijkse portie groen een potentieel effectief middel kan zijn voor deze kinderen met extreme aandachtsproblemen, zonder andere middelen af te wijzen. Vervolgonderzoek zal moeten plaatsvinden naar impulsiviteit.
Tuinieren
Over tuinieren en gezondheid in het licht van aandachtsherstel is bij volwassenen vrij veel onderzoek gedaan. Met betrekking tot kinderen is dat (nog) minder het geval. Het ligt echter voor de hand dat niet alleen het zijn in het groen (de tuin) bij kinderen een positieve invloed heeft, maar ook en vooral het handelen in en met het groen, tuinieren dus of natuurbeheer. Voor kinderen is natuur immers vooral een uitdaging tot handelen. 'Het kind treedt door middel van activiteiten in dialoog met zijn omgeving en ontdekt hierdoor zichzelf aan de volle werkelijkheid' Wereld-ontdekking en zelf-ontdekking gaan hand in hand. Tuinieren betekent 'participeren' in een gebeuren: de groei van planten. Daarop heb je invloed door de zorg die je voor de bodem en overige omstandigheden en voor de planten hebt - waarbij kinderen begeleid moeten worden. Maar die invloed is ook weer beperkt. Het betekent ook: wachten op (geduld!) en verwachten van resultaat en het omgaan met factoren die je niet in de hand hebt. Je hebt deel aan de groei van die planten en hun wedervaren, die een beetje 'van jezelf' worden. Het is spannend: wanneer komt er een nieuw blad, wat zal er uit die knop komen? Elke nieuw(e) scheut, blad, knop, bloem wordt opgemerkt en met vreugde begroet. Moeilijk lerende kinderen en kinderen met concentratieproblemen kunnen daardoor geholpen worden: uitstel van behoeftebevrediging, maar ook een structuur van terugkerende noodzakelijke handelingen met een objectieve noodzaak - de planten 'vragen erom'. Kinderen worden daardoor gemotiveerd tot betrokkenheid en wellicht zelfs verbondenheid.
Bij natuurbeheer is dat directe resultaat minder zichtbaar, maar kan het door middel van foto's van de groei en bloei van het beheerde deel van de tuin - van dit jaar en vorige jaren - zichtbaar gemaakt worden. Een koppeling van kinderen en plekken kan tot steun zijn bij het ontstaan van verbondenheid.
Dieren bij school hebben een nog grotere potentie dan planten als het om zorgverbreding gaat, maar dat is een onderwerp dat aandacht vraagt in een apart artikel.
Hoe breed?
Bij zorgverbreding in basisscholen is het zinvol om onderscheid te maken tussen:
- a. Het vormgeven van een uitdagende en ondersteunende situatie; in de wijze van groeperen, de vormgeving van de ruimte, het aanbod van activiteiten, en andere. Hierdoor kunnen al veel problemen worden voorkomen.
- b. Gerichte pedagogische en didactische hulpverlening, zoals remedial teaching, logopedie, en dergelijke. Ondersteuning bij diagnose en handelingsplannen door specialisten van buiten het team vindt hierbij vaak plaats.
- c. Therapie, in het geval dat kinderen en opvoeders vastgelopen zijn. Dit laatste is geen taak van basisscholen, daarbij zijn verwijzingen naar deskundigen van buiten nodig.
Met betrekking tot de rol van natuur in de zorgverbreding zal (a) al veel kunnen betekenen. Wel is het noodzakelijk om kinderen van wie vermoed wordt dat zij bij het leren of in hun persoonlijkheidsontwikkeling risico's lopen te goed observeren bij hun gedrag onder 'groene' omstandigheden.
Bij (b) is binnen het team en bij ondersteuners meer deskundigheid nodig over de inzet van natuur. Dat geldt uiteraard nog veel sterker bij (c). Wat het laatste betreft: die expertise is in ons land niet of nauwelijks aanwezig, al zal dat waarschijnlijk de komende jaren sterk verbeteren. Bij (b) kan voorzichtig uitproberend meer gebeuren, waarbij de resultaten vastgelegd worden.
Binnen het zorgplan van de school kunnen dergelijke maatregelen dit beschreven worden.
Een helende schoolomgeving
We spitsen nu het voorgaande toe in een rijtje mogelijk consequenties voor scholen.
- Scholen hebben hiermee een krachtig extra pedagogisch argument voor een natuurrijke inrichting van het schoolterrein: het helpt kinderen om 'bij te komen' van inspannende taken. Water is daarbij een belangrijk element, dat nodigt vanzelf uit tot 'bespiegeling'.
Alleen al de blik uit het raam op het groen buiten - even 'weg' van het werk - draagt daaraan al bij. Maar nog meer het spelen buiten in pauzes en voor en na schooltijd, met plekken waar je je kunt terugtrekken ('refugia') en plekken waar je samen met anderen kunt spelen en spreken. Verder het gebruik van het terrein als 'buitenklas' voor natuuronderwijs, maar ook zoveel mogelijk voor andere inhoudelijke gebieden: taal, kunstzinnige vorming, beweging, rekenen/wiskunde.
- In het gebouw horen veel planten te zijn en een ruimte om planten te kweken, als 'kas' of serre of desnoods in de vensterbanken.
- Een goede visuele relatie tussen binnen en buiten is gewenst, bijvoorbeeld. door een verhoogde border buiten. Bovendien een deur direct uit de lokalen naar buiten.
- Excursies naar parken en natuurgebieden verder weg vormen een normaal element in het onderwijs.
- Binnen individuele hulp aan kinderen kan ook voorzichtig experimenterend het werken met natuur als middel ingezet worden.
- In het zorgplan van de school worden bovenstaande maatregelen ten behoeve van zorgverbreding beschreven.
Meer artikelen van de hand van Kees Both zijn te vinden op www.springzaad.nl
|
download |
 |
Spelen met water
Waterbeheer en natuurbeleving op schoolterreinen
door Kees Both
Onder de schommel
De kinderen zijn boos. Het is juist zo'n leuke plek, onder de schommel. Daar waar door de voeten een kuil uitgeschuurd is waarin regenwater blijft staan. Er worden kanaaltjes gegraven, modderkoekjes gebakken en nog meer spelletjes met water en grond gedaan. Het is de enige plaats op het schoolterrein waar zoiets kan. De belangstelling van de kinderen is zo groot dat er conflicten ontstaan over wie daar spelen kan. En nu moet die kuil weg want kinderen worden daar vies. Enkele ouders hebben geklaagd en ook diverse teamleden hebben al kritische opmerkingen gemaakt en de kinderen daar weggejaagd. In de teamvergadering wordt erover gesproken hoe deze 'verbetering' het best kan plaatsvinden. Tot iemand de vraag stelt of je de kinderen zo geen belangrijke ervaringen ontneemt. Het gesprek neemt nu een andere wending. Eigen jeugdherinneringen en observaties van kinderen komen boven. Er wordt besloten dat die modderige plek bij de schommel weggewerkt zal worden, maar dat tevens bekeken zal worden of elders op het schoolterrein nieuwe mogelijkheden voor het spelen met water en grond gecreëerd kunnen worden.
Water als kindervreugd
Water oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op kinderen. Dat heeft te maken met de kwaliteiten van water. Voor jonge kinderen - en andere basisschoolkinderen - is natuur vooral doe-natuur. Met water kun je veel verschillende dingen doen. Je kan het gieten, het laten spetteren (door in plassen te trappen), sproeien, spuiten. Je maakt er dingen en jezelf mee schoon en gebruikt het bij het koken. Je kan er dingen ingooien en kijken wat er gebeurt. Je kan bootjes laten varen. Het kan druppelen, stromen, golven. Je kan er doorheen kijken. Het werkt als spiegel. Het doet een beroep op alle zintuigen: het maakt geluid, je kan het proeven, voelen, zien en zelfs ruiken (na een regenbui). Het is warm of koud. Je kan erin zwemmen en vuur mee blussen. Je kan er suiker en zout in oplossen en mengsels - een prutje'- maken met meel, zand/grond, enz. De aanwezigheid van water maakt ook rustig. Water buiten heeft vele vormen: een vijver, poel, sloot, beek, etc. Er zit ook water in de grond, dat je tegenkomt als je een diep gat graaft. Een plas water trekt dieren aan, waaronder waterbeestjes. Zonder water gaan levende dingen dood. Ons lichaam bestaat voor 65 procent uit water en we kennen water daarom ook als bloed, je plas, spuug, zweet, tranen.
Water is ook gevaarlijk - je kunt erin verdrinken - en de aantrekkingskracht van water heeft daarom ook een bedenkelijke kant. Dat geldt voor alle elementen, die januskop van vreugde en gevaar. Maar in het algemeen geldt toch vooral dat water een kindervreugd is. En ideaal 'ontwikkelingsmateriaal'.
Water zichtbaar maken
De extremen in het weer - heel erg nat tegenover droog en warm - worden groter. In plensbuien kan een enorme hoeveelheid water vallen. Als er 15 mm regen valt, betekent dat vijftien liter op elke vierkante meter! (In 2006 viel er plaatselijk 35 millimeter, een onvoorstelbare hoeveelheid.) Op een schoolterrein van gemiddelde grootte, bijvoorbeeld 4800 vierkante meter, is dat al 72.000 liter. Dat betekent 7200 emmers water. Die massa moet afgevoerd worden in de grond kunnen infiltreren, in bergingsvijvers en andere laagten opgevangen kunnen worden, via regenpijpen en putten door het riool afgevoerd. Door een toenemende verstening van de omgeving vanwege verstedelijking kan het water steeds minder de bodem in. Het water kan ook verder niet zo gauw weg. De reusachtige golf water die een plensbui veroorzaakt geeft dus veel overlast.
Hoe kunnen we van deze nood een deugd maken en het water pedagogisch en didactisch benutten? Tot grote vreugde van de kinderen?
De mogelijkheden daarvoor worden groter omdat gemeenten samen met de waterschappen een gemeentelijk waterplan moeten maken. Milieuambtenaren van de gemeente willen vaak met scholen meedenken over wat die daaraan kunnen bijdragen. Het loskoppelen van de regenpijpen van het riool en infiltratie van het regenwater op het eigen terrein van de school kan daar ook deel van uitmaken. Gemeenten en waterschappen willen steeds vaker ook financieel bijdragen aan deze maatregelen, met name als dit verbonden wordt met gerichte educatie over water. Dit 'spelen' met de mogelijkheden van water op het schoolterrein kan nieuwe speelmogelijkheden voor kinderen opleveren. Paul Janssen, werkzaam bij het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie in Maastricht en begeleider bij het vergroenen van buitenruimtes van scholen, zegt dan ook: 'Ik kijk, als ik een ontwerp van de herinrichting van de buitenruimte moet maken, altijd meteen naar water, hoe daarmee om te gaan en waar je water zichtbaar kunt maken'.
Groene strook gered
Op een regenachtige zomerdag bezoek ik met Paul Janssen enkele scholen in en bij Maastricht. Bij basisschool De Spiegel, in een gloednieuw gebouw, was een van de uitgangspunten van het ontwerp van gebouw en buitenruimte het goed omgaan met water. Infiltratie zou moeten plaatsvinden in een brede strook van direct aan het gebouw grenzende tuintjes. Er was echter niet gerekend met de slechte doorlatendheid van de bodem; daar was vooraf ook geen onderzoek naar gedaan. Resultaat: een grote modderpoel. De reactie was: de buitenruimte helemaal bestraten! Carla Bloemen, directeur, vertelt: 'De stratenmakers waren bijna klaar, toen het tot mij doordrong "ik wil geen puur stenen buitenruimte, maar groen". Op het laatste moment is toen een groene strook aan de rand van het plein gered.' Het schoolplein zelf heeft overigens ook groene elementen gekregen zoals poorten en bogen van levende wilgentakken.
De groene strook werd ingericht als waterspeelplaats. Het terrein loopt een beetje af. Carla: 'De ouders krijgen nu schonere kinderen thuis dan met die modderpoel. Ik maak me echter zorgen over de houding van een aantal ouders. Zij hebben zelf blijkbaar weinig ervaring met natuur, zijn ervan vervreemd en vinden het al gauw vies en eng. Zelf ben ik opgegroeid tussen gras en stenen, een gelukkige ervaring. Water is essentieel voor ons. Het is onmogelijk over waterbeheer en bijvoorbeeld drijven en zinken les te geven zonder het water aan den lijve te ervaren. Bij regen zou ik de kinderen het liefst buiten zien. Het is spannend voor de kinderen.' En voorts hebben we het over voorwaarden daarvoor zoals laarzen en regenjacks en broeken, die eigenlijk permanent op school aanwezig zouden moeten zijn. Zoals in Kindergärten in het buitenland wel gebeurt. 'Binnen het team zijn er wel verschillen - de een verbiedt iets snel, de ander niet. Het hangt ook samen met de eigen ervaringen en beleving, met normen en waarden. Het is bij ons een punt van gesprek.'
Erosie
Bij een andere basisschool, De Perroen, zijn er duidelijke hoogteverschillen in het terrein. Het plein is licht hellend, regenwater dat daar op valt stroomt naar een gegraven kuil (poel) als verzamelpunt. Deze kuil is met het omringende niet bestrate gebied infiltratiegebied en blijft lang vochtig. Daardoor kunnen daar plantensoorten van vochtige en natte omgevingen groeien. Om de kuil heen zie je ook erosiepatronen: door het water uitgeschuurde geulen en waaiers van door het water afgezette grond. Wat in berggebieden in het groot plaatsvindt, zie je hier in miniatuur. Deze processen zijn hier te beleven en te bestuderen.
Het 'opdrogen' van grote plassen op het plein kan zichtbaar gemaakt worden door met regelmatige tussenpozen (bijvoorbeeld een half uur) de waterlijn met krijt te markeren. Zo worden minieme hoogteverschillen in de vorm van 'hoogtelijnen' zichtbaar gemaakt. Paul ziet hier ook mogelijkheden om de kleine laagten in het plein, waar plassen blijven staan, met elkaar te verbinden tot een 'regenriviertje'. Door markeringen in het plaveisel kan het 'riviertje' zichtbaar gemaakt worden.
Lineke de Kruijff, directeur, vertelt: 'Nu worden plassen op het plein nog vooral als lastig ervaren, door collega's en ouders. Je kunt erdoor uitglijden, bij het voetballen kan je een natte bal tegen je aan krijgen, kinderen doen water opspatten en maken zo anderen nat. Op het plein bevindt zich een afvoerputje voor regenwater. Als er creatievere oplossingen komen, waarbij aan het water als element echt iets te beleven valt, vind ik dat mooi.' Op deze school kunnen kinderen ook met straatstenen spelen, waarvan een groot aantal in twee grote kisten (die op slot kunnen!) beschikbaar zijn. Het spel daarmee is zeer geliefd. Paul heeft al visoenen van een combinatie van spelen met deze stenen en met water. Elders is de buitenruimte ook ingericht als natuurtuin ('het zintuigenpad'), waarbij tevens water kan infiltreren. Daarin zitten ook lage gedeelten, die langer nat blijven.
Lineke: 'Er is teveel boekleren, kinderen missen directe ervaringen. Ook en zelfs bij een hartstikke goed televisieprogramma als 'Nieuws uit de natuur' kunnen kinderen onderuit zakken en hebben leerkrachten het idee van "daar kan ik toch niet tegenop". Maar het is wel een ervaring uit de tweede hand. Een goed ingerichte buitenruimte biedt grote mogelijkheden voor lijfelijke natuurervaringen, met water en nog veel meer.'
Japanse vlag
De derde bezochte school is De Bundeling, in Bunde. Hier spreken we met Mieke Hortulanus, leerkracht en tuincoördinator. Mieke: 'Het schoolplein was van een slechte kwaliteit en moest opnieuw bestraat worden. Wij vroegen ons toen af wat de kinderen anders zouden willen. Toen ging in het team de zaak helemaal los. De wensen van de kinderen werden geïnventariseerd, elke klas maakte een maquette. De milieuambtenaar van de gemeente dacht ook mee en stelde voor het regenwater dat op het dak valt en gewoonlijk via de regenpijpen in het riool verdwijnt samen met het overige regenwater te infiltreren op het eigen terrein. De wensen van de kinderen, technische eisen en milieueisen resulteerden in het plan om de helft van het terrein te bestraten, met daarlangs een infiltratiestrook. Daarnaast zou een grote natuurspeelplaats komen. De kinderen werden over de uiteindelijke plannen uitvoerig geïnformeerd'. Nadat de regenpijp afgekoppeld werd gingen de kinderen al spontaan aan de gang om in de natuurspeelplaats een geul te graven naar het deel van het terrein waar een poel zou kunnen ontstaan. Voor het infiltreren van het regenwater dat van het plein afstroomt werd de technische dienst van de gemeente ingeschakeld. De infiltratiestrook werkte niet goed, er bleef lang water op staan, ook op het aangrenzende deel van het plein. Daarom werden er 'grindkoffers' in aangebracht - enkele diepe kuilen, gevuld met grind, die het water goed naar de ondergrond geleiden. Mieke: 'Ik vind het alleen maar positief wat hier op het terrein gebeurt. In het team hebben we afgesproken dat als de natuurtuin te modderig wordt de kinderen daar niet mogen spelen. Echt als het te bar is, dus. Degene die pleinwacht heeft beslist dat dan en hangt een Japanse vlag uit. De kinderen weten dan hoe de vlag erbij hangt.'
Dammen bouwen en koeken bakken
Het spelen met water op deze school heeft volgens Mieke twee hoofdvormen: het bouwen van dammen en overig 'ingenieurswerk 'en het scheppen van modder en daarmee op de rand van de zandbak verder werken: vormen maken, koken, etc. Dat zijn ook elders de populairste activiteiten met dit materiaal gebleken. Wat dat ingenieurswerk betreft heb ik lang gedacht dat dit vooral typerend was voor Nederlandse kinderen. In Beieren zag ik echter bij een school een waterspeelplaats met een pomp (met zwengel), waarbij het water over een licht hellend zandig terrein afstroomde en daarbij een vertakte rivier vormde. Het fanatisme waarmee de Duitse kinderen bezig waren met het bouwen van dijkjes en dammetjes om het water te kanaliseren maakte op slag duidelijk dat mijn veronderstelling niet klopte, maar dat het om een veel universeler fenomeen gaat.
Mieke: 'Kinderen gebruiken stenen - losse stenen zijn bij ons voldoende aanwezig - ook als stapstenen in de modder en het water. Ook metselen ze muurtje met modder en stenen. Met stenen gooien mag niet, maar de verleiding blijft groot om stenen in het water te gooien.' Kinderen kunnen in de korte pauzes, tussen de middag en wat de kleuters betreft ook bij andere buitenspeltijden hier spelen. 'Ook mooie prinsesjes spelen net zo hard mee'. Ze hebben moeite om op te houden als de tijd voorbij is. Mieke: 'We zitten niet meer overal bovenop, we zien ook niet alles meer. Dat is fijn voor de kinderen. Thuis is het immers net zo.
Zoals het hier nu gaat kan het niet bij alle scholen. Er zit hier een stevig concept achter, we geloven er als team in en benaderen de kinderen vanuit een houding van vertrouwen. Weerstanden - er zijn ook enkele ouders die regelmatig mopperen bijvoorbeeld - worden van daaruit benaderd. Niet dogmatisch, maar wel stevig. In het algemeen zijn ouders in de loop van de tijd erin meegegroeid. Het is ook nooit af, als team hebben we daar geen probleem mee. Wel zijn er een paar kartrekkers voor deze zaak.' En men benadert de zaak ook met praktische oplossingen: bij de deuren staat een hele batterij omgekeerde bezems, om de schoenen aan af te vegen. Dat wordt ook van de kinderen verwacht.
Veiligheid
Water is ook onveilig. Allereerst omdat je erin kan verdrinken. Daar kan je wat aan doen door poelen en slootjes in de buitenruimte van een drempel ('overloop') te voorzien, waardoor het een bepaalde diepte niet overschrijdt. Daartegenover hoor je vaak het argument dat jonge kinderen ook in zeer ondiep water kunnen verdrinken. Dat geldt echter voor peuters, die een nog relatief groot hoofd hebben, in combinatie met nog zwakke spieren. Ze kunnen daardoor moeilijk weer gaan staan als zij gevallen zijn. Peuters mag je nooit zonder toezicht in de buurt van water laten. Het gevaar voor kleuters en oudere kinderen is te verwaarlozen.
Een tweede aspect van veiligheid heeft betrekking op de kwaliteit van het water. Kinderen kunnen ziek worden van besmet water. Carla, van De Spiegel: 'We moeten op dit punt de angst van ouders en bij teamleden tot de juiste proporties terugbrengen. Een kind drinkt toch niet zomaar uit een plas op straat? Het grootste spanningveld is naar de inspectie toe, de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Het is hierbij net zoals met de douches wat betreft het geval van legionella: we laten ze iedere week een poos lopen en controleren dan op de temperatuur, leggen het vast volgens een afgesproken protocol.' Paul: 'We hebben dat probleem hier wat water buiten betreft omzeild door de pomp aan te sluiten op de waterleiding'.
Existentieel
Het bieden van mogelijkheden voor spelen met water, modder, etc. behoort in de eerste plaats tot het informele leerplan van een school. Hier en daar in dit artikel zijn ook aanknopingspunten genoemd voor het formele curriculum. Zo kan het water in de buitenruimte van de school ook verankerd worden in het formele onderwijs. Dat verdient een verdere uitwerking.
Over de waarde van dat open spel als besluit echter nog wat opmerkingen. Het ligt niet voor de hand, zo lijkt het, om aan het gespetter en geklieder van de kinderen een diepere betekenis toe te kennen. Toch is hier wel degelijk meer aan de hand. Zie bijvoorbeeld de adolescent of nog oudere persoon die in het kader van (serieuze!) therapie opnieuw of misschien wel voor het eerst met modder en klei aan de slag moet. Met als doel het weer voeling krijgen met de realiteit om hem heen. Het spelen met water en modder is immers een intense, lijfelijke ervaring van de aardse werkelijkheid en van jezelf. De betekenis van de tastzin voor de ontwikkeling wordt vaak onderschat. Hier is ook een existentiële, spirituele dimensie van water aan de orde, zoals die ook tot uiting komt in symbolen en rituelen in religies en als metafoor voor leven en dood in gedichten. Deze spirituele betekenis zal echter, als het goed is, wortelen in de lijfelijke, zintuiglijke ervaring. Inclusief dat geklieder en gespetter.
|
download |
 |